Leiden Islam Blog

Het Arabisch: taal van de leemten

Het Arabisch: taal van de leemten

Over het Arabisch van voor de komst van de islam is weinig bekend. De toenmalige nomaden waren analfbabeet, vandaar het gebrek aan inscripties, aldus de verklaring. Recent onderzoek weerlegt dit cliché. Nomaden schreven wél, alleen géén klassiek Arabisch.

De Semitische talen behoren tot de vroegst aangetroffen en meest gedocumenteerde talenfamilies ter wereld. Het bewijsmateriaal hiervoor is al minstens 4500 jaar oud. Semitische talen zoals het Aramees en het Akkadisch ontwikkelden zich als het ware onder het toeziend oog van de geschiedenis.

De vroege geschiedenis van de meest gesproken Semitische taal - het Arabisch - daarentegen, blijft tot op de dag van vandaag in nevelen gehuld. Slechts een handjevol pre-islamitische Arabische inscripties is tot nu toe gevonden. Deze teksten zijn bovendien geschreven in een dusdanig scriptio defectiva (alleen medeklinkers zijn genoteerd), dat daardoor vrijwel elke interpretatie in twijfel getrokken kan worden. Hierdoor is het  beeld ontstaan dat de vroege Arabische nomaden ongeletterd waren, en dat dat de schaarste van Arabischtalige teksten verklaart.

Recent onderzoek naar de inscripties van het Arabisch schiereiland heeft echter onthuld dat het beeld van de analfabetische nomaden niet klopt. In het klassieke islamitische tijdperk werd de periode voorafgaand aan de islam - jāhiliyyah - door moslims afgeschilderd als een periode van onwetendheid. Clichématige beschrijvingen van zogenaamd ongeletterde, immorele en zedeloze nomaden dienden om dit beeld te versterken.
        
Het onderzoek toont aan dat deze nomaden juist tot de meest productieve schrijvers van het vroege Midden-Oosten behoorden. Tienduizenden inscripties, geproduceerd door de nomaden, zijn inmiddels ontdekt, en vele andere wachten ter plaatse op verder onderzoek. Deze opschriften, die zich tussen de Syrische woestijn en de grenzen van het hedendaagse Jemen bevinden, zijn geschreven in een zuid-Semitisch schrift dat nauw verwant is aan het oude zuid-Arabische schrift, genaamd musnad. Dit schrift is veel ouder dan het klassieke Arabische schrift. De talen waarin de nomaden schreven lijken even verwant te zijn aan het Arabisch als aan het Aramees en het Hebreeuws.

Dit nieuwe inzicht stelt ons voor een interessante vraag: als de nomaden van het klassieke Midden-Oosten een enorme hoeveelheid niet-Arabische inscripties produceerden, wie sprak er dan Arabisch? Het zou kunnen dat de Arabischtalige nomaden er simpelweg voor kozen om niet te schrijven, maar dat is nauwelijks een bevredigend antwoord te noemen.

Als we ophouden het materiaal te interpreteren op basis van  het beeld van de middeleeuwse islamitische historici (dat van de ongeletterde Arabischtalige nomaden), dan blijkt dat Arabischtalige mensen voornamelijk sedentair waren. Het lijkt erop dat het Arabisch in de pre-islamitische periode werd gesproken in Petra - in het huidige Jordanië - en de nabijgelegen plaatsen. Arabische woorden bespikkelen de Griekse papyri uit Petra, en nader onderzoek hierover dat mijn collega Robert Daniel en de auteur hebben uitgevoerd, onthult een taal die in vele vormen verschilt van het klassiek Arabisch.
  
Daarnaast is er een steeds meer bewijs voor het bestaan van het Arabisch in een tweetalige omgeving. Een inscriptie met de naam JSNab 17, uit Madain Saleh, in het noorden van het Arabische schiereiland, toont aan dat er sprake was van code-switching, afwisselen  tussen twee of meer talen, in dit geval het Arabisch en het Aramees. Ook zijn er grote hoeveelheden Arabische leenwoorden gevonden in Nabatees-Aramees papyri met juridische teksten uit Nahal Hever, in het huidige Israël.

Het Arabisch dat zich tussen de kieren van andere talen - zoals het Grieks en het Aramees -  bevindt is een belangrijke toevoeging aan het groeiende corpus van gedocumenteerd bewijs van de pre-islamitische ontwikkeling van de Arabische taal.

Het nader bestuderen van dit materiaal, hetgeen op dit  moment door de auteur wordt voorbereid, kan de manier waarop wij denken over de Arabische taal voor haar opkomst op het wereldtheater, samen met de islam, radicaal veranderen. Door dit onderzoek zijn we minder afhankelijk van de islamitische middeleeuwse bronnen voor de geschiedschrijving van de pre-islamitische Arabieren. Bovendien stamt veel van dit materiaal uit de periode waarin de Koran tot stand kwam. Hierdoor kan het een nieuw licht werpen op het veelal meerduidige taalgebruik in de Koran.

4 Comments

Echte Islaam
Posted by Echte Islaam on August 22, 2017 at 19:58

Beste mensen,

De reden waarom de tijd van de arabieren voor de komst van de islaam jahliyyah wordt genoemd. Heeft niks met de taal te maken zoals de blogger wijs wil maken. Om te begrijpen wat er mee bedoeld wordt hier een interessante link. https://islamqa.info/en/103660

Koos Swart
Posted by Koos Swart on April 12, 2013 at 13:18

Het taalgebruik in de Koran is niet zo ingewikkeld volgens mij, mits gelezen als poëzie

Theo J.H. Krispijn
Posted by Theo J.H. Krispijn on March 15, 2013 at 19:40

Een andere zeer belangrijke bron van pre-islamitisch Arabisch zijn de vele namen van ‘Arabische’ stammen, personen en plaatsen op kleitabletten met spijkerschrift uit de Neo-assyrische en Neo-Babylonische periode (± 800-400 v.Chr. Ran Zadok en Israel Eph’al zijn specialisten op dit gebied.

Petra de Bruijn
Posted by Petra de Bruijn on March 4, 2013 at 10:52

Heel interessant! Laat weer eens zien hoe bewuste beeldvorming de werkelijkheid kan verkleuren.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments