Leiden Islam Blog

Over politieke correctheid in het islamdebat: deel 1

Over politieke correctheid in het islamdebat: deel 1

Gert Jan Geling onderzoekt in een tweedelig blog de politieke correctheid binnen het islamdebat in Nederland. Hoe wijdverbreid is zij? En welke vormen neemt zij aan? Vandaag deel 1.

Ongeveer twee jaar geleden publiceerde NRC Handelsblad een artikel over een vermeende ‘oorlog in de islamologie’ tussen ‘kamp Leiden’ en ‘kamp UvA’. In Leiden bestonden vooral zorgen over de radicale islam, terwijl men zich aan de UvA voornamelijk druk maakte over moslimhaat. In het artikel bekritiseerde de Tilburgse arabist Jan Jaap de Ruiter twee collega’s:

Iemand als Annelies Moors zou toch ook eens kunnen vaststellen dat veel orthodoxe moslima’s vanuit het westerse perspectief heel ongelukkig zijn? Daar heeft zij geen oog voor in haar publicaties. Of waarom besteedt Martijn de Koning nooit eens aandacht aan het antidemocratische discours van salafisten? Dat is best iets om je zorgen over te maken. Maar als een salafist afkeer toont van de democratie, dan schrijft De Koning: die arme mensen vinden hun plek niet in de democratie. Dat komt omdat er een wolk van politieke correctheid boven dit debat hangt. Men durft geen kritiek op moslims te leveren, uit angst om in het verkeerde politieke hoekje terecht te komen.

De Ruiter heeft het hier over de Amsterdamse hoogleraar Annelies Moors en de Nijmeegse salafismedeskundige Martijn de Koning, twee vooraanstaande islamologen. Hij ziet hen als vertegenwoordigers van de politiek correcte stroming binnen het islamdebat die geen kritiek durven uiten op moslims, uit angst om in het ‘foute’ hoekje geplaatst te worden.

Is dit een terecht beeld? En zo ja, hoe wijdverbreid is deze politieke correctheid onder wetenschappers in het islamdebat in Nederland? Zijn er inderdaad wetenschappers die zich inhouden als het om kritiek op de islam gaat, of alleen wenselijke meningen geven om de beeldvorming te beïnvloeden?

In ons boek Over politieke correctheid maken Gerben Bakker en ik onderscheid tussen twee vormen van politieke correctheid: een dogmatische variant, waarbij groepen of individuen ageren tegen zaken die zij niet correct vinden, en een conformistische variant, waarbij mensen een standpunt innemen omdat dit dominant is in hun omgeving en zij hier niet tegenin durven of willen gaan. Beide vormen van politieke correctheid zien we terug in het islamdebat.

Wanneer welke variant leidend is, is natuurlijk moeilijk te zeggen. Bovendien lopen beide vaak in elkaar over. Wanneer dogmatische standpunten steeds dominanter worden treedt al snel conformisme op – en vice versa. Hoe dan ook, het is de moeite waard om een aantal voorbeelden van politieke correctheid in het islamdebat uit te lichten.

Zo stelde Marjo Buitelaar bij haar aanstelling als hoogleraar hedendaagse islam aan de Rijksuniversiteit Groningen dat zij ‘sterk de verantwoordelijkheid voelde om bij te dragen aan een adequate informatievoorziening over moslims’. Doelt zij hier op een feitelijke informatievoorziening, of op een correcte informatievoorziening?

Iemand die in de ogen van sommige collega’s in ieder geval niet politiek correct handelt is de jurist Machteld Zee, die in Leiden promoveerde op een proefschrift over shariaraden in het Verenigd Koninkrijk. In 2016 gaf zij een lezing bij het Vlaams Belang, in aanwezigheid van PVV-leider Geert Wilders. Thijl Sunier, prominent islamwetenschapper en hoogleraar aan de VU, noemde haar in een column een ‘nuttige idioot,’ die ‘zich voor het karretje van een xenofobe partij liet spannen’. Omdat ze een lezing gaf bij een foute club diskwalificeert ze zich als iemand die een juiste mening kan hebben. Guilty by association, aldus Thijl Sunier.

Een andere onderzoeker wiens handelen politiek incorrect werd geacht was de journalist Maarten Zeegers, die undercover ging onder salafisten in het Haagse Transvaalkwartier en daar een boek over schreef: Ik was een van hen. Drie jaar undercover onder moslims. Zeegers ging undercover omdat hij bij aanvang van zijn onderzoek merkte dat veel Haagse moslims journalisten wantrouwden. Door zich als ‘een van hen’ in Transvaal te begeven kreeg hij dingen te zien en te horen waar hij als niet-moslim geen toegang toe zou hebben.

Zijn werkwijze stuitte velen tegen de borst, onder wie de eerder genoemde Martijn de Koning. Volgens Zeegers pleitte De Koning zelfs voor een verbod op de publicatie van zijn boek, vanwege schending van de privacy. Ook Thijl Sunier was erg kritisch en noemde Zeegers ‘achterbaks en onethisch’ omdat hij onderzoeksregels aan zijn laars lapte. Het boek leverde volgens Sunier ook helemaal geen nieuwe inzichten op.  

Een vergelijkbare reactie, opnieuw van Martijn de Koning, Annelies Moors en Thijl Sunier, volgde op het proefschrift van socioloog Mohammed Soroush, die naar aanleiding van zijn promotieonderzoek naar Nederlandse salafistische jongeren in de media waarschuwde voor het salafisme in Nederland. Bovengenoemde islamwetenschappers uitten niet alleen stevige kritiek op de inhoud en de onderzoeksmethode van het proefschrift, maar ook op de manier waarop Soroush samen met zijn co-promotor Jan Jaap de Ruiter het onderzoek in het publieke debat presenteerde als een belangrijke studie naar het salafisme in Nederland. Bovendien werd de undercover werkwijze van Soroush, net als bij Zeegers, als onethisch bestempeld.

Deze politiek correcte reacties van islamwetenschappers lijken te zijn ingegeven door ontwikkelingen in het debat die zij onwelgevallig vinden, zoals het kritisch bestuderen van het salafisme of het geven van lezingen bij radicaal rechtse partijen. We zien hier de scheidslijnen tussen de meer politiek correcte en de meer islamkritische deelnemers aan het islamdebat in Nederland.

Toch volstaat het niet om de rol van politieke correctheid in het islamdebat te reduceren tot ‘pro-islam’ geluiden. In deel twee van dit tweeluik zal ik daarom nader ingaan op de manier waarop verschillende vormen van politieke correctheid in het islamdebat zich verhouden tot de kloof in de samenleving tussen positieve en kritische geluiden over islam.

3 Comments

Uzume Wijnsma
Posted by Uzume Wijnsma on December 8, 2018 at 16:00

Eens met Jasmijn. Een verduidelijking van zijn begrip van “politieke correctheid” zou gewenst zijn.. Tijdens het lezen van het stukje moest ik aan dit oude artikel van de The Guardian denken: https://www.theguardian.com/us-news/2016/nov/30/political-correctness-how-the-right-invented-phantom-enemy-donald-trump

Jasmijn Rana
Posted by Jasmijn Rana on December 7, 2018 at 07:59

Wat is politieke correctheid? Of gaat Geling daar pas in deel 2 op in? Je kan wel zeggen dat er twee varianten zijn, maar het zou handig zijn als hij aangeeft wat er onder verstaan wordt. Ik denk dat veel van zijn voorbeelden over wetenschappelijke correctheid gaan. Geven om de privacy van je respondenten, ethisch handelen etc. zijn onderdeel van wetenschappelijke richtlijnen. Het lijkt mij niet de bedoeling dat we dat als ‘politiek correct’ gaan bestempelen.

Wijsheid
Posted by Wijsheid on December 6, 2018 at 23:44

Zeer zwak stuk. Dit is helaas betekenisloos beste Geling. Ik snap niet waarom jij iedere keer geen standpunten kan nemen. Waar sta jij voor? Wat zijn je principes en fundamentelen? Dit is weer zo een stukje tekst die niet concluderend is.

De wereld die jij wilt.. is niet realistisch. Een wereld waar mensen zich volledig kunnen uiten,open samenleving en hun mening geven.. een wereld zonder politieke correctheid. Dit is onmogelijk haalbaar. Je voegt geen toegevoegde waarde Geling. Zoals Stephen Hawking zei: Filosofie is dood. Kom met realistische feiten.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments